Dodenherdenking 4 mei 2017 Onderzeedienst

Vlootpredikant Stefan Dijkhuizen

Dames en heren,

Wat maakt een volk tot één land, of tot één natie?

Dat heeft, zo stelde een Franse filosoof al in de 19e eeuw, maar bar weinig met één gedeelde taal, één bepaald ras, of één en dezelfde religie te maken.

Solidariteit, dat vraagt om een samen terugkijken op een gedeeld verleden, èn de bereidheid om samen de toekomst in te durven kijken.

Dit even als voorwoord, ik kom hier zo op terug.

Waarschijnlijk hebben de meeste mensen vanmorgen onderweg nog wel iets gezien van de bont gekleurde bloembollenvelden op de geestgronden hier in de kop van Noord-Holland.

Begin mei is het al een beetje over het hoogtepunt heen, maar nog steeds zien we overal prachtige, heldere kleuren. Het begint met het geel van de narcissen, dan volgen het wit, roze en paars van de hyacinten, en nu, overal en in allerlei kleuren de tulpen. Met het zonlicht erop soms bijna te fel om in te kijken.

In tegenstelling tot al die tinten grijs hier in Den Helder van het staal en beton, doet zo’n bloemenlandschap ons niet zo snel denken aan oorlog en geweld. Ja, misschien de bloemenkransen.

Zo’n bloembollenlandschap, inclusief stille sloot en rustieke boerderij onder een zacht wolkendek, misschien nog wel idyllischer en perfecter dan je ooit hier in het echt zult zien, schilderde verzetsman John Dons in 1942. In één nacht tijd.

Ik hoorde vorige week van dit schilderij en zijn bijzondere verhaal. Sommigen hier zullen het ook hebben meegekregen via krant of tv, voor anderen even in het kort:

John Dons – voor de oorlog kunstschilder – werd al snel na de bezetting verzetsman. Als lid van de Oranjewacht werd hij gevangen genomen en in Kamp Amersfoort door de Duitsers vastgehouden. Toen hij op de avond van 7 juli ’42 hoorde dat hij samen met 8 anderen de volgende dag gefusilleerd zou worden, volgde hij zijn passie. En schilderend bracht hij zijn laatste nacht door.

In die verschrikkelijke omstandigheden, en met de dood voor ogen, schilderde Dons dus dat lieflijke, oer-Hollandse tafereel. Oorlog lijkt niet te bestaan. Uiteraard schilderde Dons het zo, dat er in de kleurige velden in ieder geval ook een rood-wit-blauw patroon te zien is. Het schilderij hangt overigens vanaf nu in het museum van Kamp Amersfoort, en voor wie nieuwsgierig is, ik heb een afbeelding hier bij me.

Maar waarom dat bijna perfecte plaatje? En hoe kun je dat, met de wetenschap dat je vermoord gaat worden? We zullen daar geen antwoord op krijgen, en misschien moeten we dat ook niet krampachtig willen zoeken.

Ik werd geraakt, en velen met mij denk ik. Ik werd ook geraakt door weer zo’n persoonlijk verhaal. Over de oorlog. Over de strijd om vrijheid. Over onderdrukking. Over offers die worden gebracht. Het lijkt bij de 4 & 5 mei-herdenkingen in de afgelopen jaren ook steeds sterker te worden; de drang naar, en de zeggingskracht van persoonlijke verhalen. Van mensen, misschien niet 1-2-3 zoals u, jij en ik, maar wel met de angst, de pijn, de moed, het lijden en het doorzettingsvermogen dat ons, meer dan 70 jaar later nog steeds tot de verbeelding spreekt. Van mensen, waarvan wij beseffen dat ze niet net als wij gewoon weer thuis kwamen na het werk. Niet meer hun kinderen konden knuffelen. Niet meer konden leven en samenzijn met hun geliefden.

Misschien komt het ook wel doordat we hoe langer hoe meer moeten ontdekken dat deze generatie die dat meemaakte, er binnenkort niet meer is. Niet iedereen wordt 101 jaar, en wie moeten het straks doorvertellen, als er geen getuigen meer zijn?

En tenslotte worden persoonlijke, individuele verhalen ook steeds belangrijker, omdat het ‘grote’, allesomvattende verhaal er niet is. Of niet meer is. Zeker niet van ‘de’ oorlog, en laat staan van een eenduidig goed of fout.

Grote, duidelijk omschreven levensbeschouwingen en politieke stromingen, de zuilen, die bestaan nauwelijks meer, en dat is soms maar goed ook, maar wat komt er voor in de plaats?

Kom ik weer bij dat woord ‘solidariteit’. Een woord met een wat stoffig imago, en tegelijk, in het jaar dat ik nu bij de OZD ben, hier nog steeds één van de kernwaarden.

En daarom zijn die persoonlijke verhalen ook zo belangrijk. Omdat door die verhalen als op geen andere manier het verleden levend blijft, ons aanspreekt, en ons verbindt.

Solidariteit veronderstelt dus een gezamenlijk verleden. Hoe verschillend ook beleefd. Maar misschien nog wel meer, kan solidariteit pas een ‘heden’ zijn, als wij allemaal – heel concreet – bereid zijn om dit leven in vrijheid gezamenlijk voort te zetten.

En die verhalen, die geschiedenissen, zijn ook hier vandaag weer aanwezig. Met elkaar, op deze steiger, voor dit monument. Voor de 295 omgekomen opvarenden, ieder met hun eigen verhaal, hun eigen familie, en de impact daarvan op de levens van de nabestaanden, tot op de dag van vandaag. Het gemis, het leven dat niet verder kon groeien en bloeien, de vragen waar vaak geen antwoord op is.

Dit jaar is het bovendien precies 75 jaar geleden dat de slag van de Javazee plaatsvond.

Hoe ingrijpend waren de beelden in de documentaire van de nabestaanden, en van de zoon van Karel Doorman zelf, toen bleek dat vrijwel alle scheepswrakken volkomen van de zeebodem verdwenen bleken. Wat maakt dat wel niet los. Ook bij ons, bij u, ook geconfronteerd met het schenden van het zeegraf zoals dat bijvoorbeeld bij de O16 is gebeurd. Maar dan is solidariteit ook datgene wat hier werkelijk plaatsvindt. Jaar na jaar, en opnieuw met een grotere groep dan bij de vorige keer. Dus ondanks dat het verleden strikt genomen steeds verder van ons af komt te staan, groeit in het heden de behoefte om samen te herdenken. Met het doorvertellen van de verhalen. Om te ontmoeten.

In die zin past dat ook prachtig bij het thema van dit jaar met 4 & 5 mei, ‘Vrijheid geef je door.’ Ik wil besluiten met een kort gedicht van Ted Lieshout, dat te vinden is op de website van het Nationaal Comité 4 & 5 mei: (Geoorloofd – Ted van Lieshout, 1997)

 

Alles aan oorlog is fout.

Zelfs de vervoeging

van het woord houdt

zich niet aan de regels

van sterk en zwak:

de verleden tijd

 

van oorlog is vrede.

Maar de verleden tijd

van vrede is oorlog.

Is het daarom dat er steeds

 

weer oorlog is en steeds

weer vrede? Omdat tijd

wel voorbij kan gaan

maar nooit is voltooid?

 

Het perfecte bollenlandschap van John Dons bestaat in het echt natuurlijk niet. Al zou ik u nog wel willen adviseren om de N9 te nemen naar huis en zo nog even te genieten van alle kleuren. Maar misschien zit er wel een kleine opdracht in dit schilderij. Kleur bekennen. Niet wanhopen maar hopen, niet wantrouwen, maar vertrouwen. In dankbare bewondering en herinnering aan hen die daarvoor zelfs hun leven moesten geven.

Omdat tijd wel voorbij kan gaan, maar nooit is voltooid…

Dankuwel.

 

Meneer Timmermans, wilt u het geheel de pet af laten zetten voor het gebed?

Omdat het dit jaar 500 jaar geleden is dat de Reformatie begon, vieren we in 2017 het Lutherjaar.

Daarom nu – ondanks dat het nog in de morgen is, het Avondgebed uit de lutherse traditie, voor de mens en voor de wereld in nood. Laat, voor wie wil, ons deze woorden nu bidden: … … …

 

Heer, blijf bij ons, want het is avond

en de nacht zal komen.

 

Blijf bij ons en bij uw ganse Kerk

aan de avond van de dag,

aan de avond van het leven,

aan de avond van de wereld.

 

Blijf bij ons

met uw genade en goedheid,

met uw troost en zegen,

met uw woord en sacrament.

 

Blijf bij ons

wanneer over ons komt

de nacht van beproeving en van angst,

de nacht van twijfel en aanvechting,

de nacht van de strenge, bittere dood.

 

Blijf bij ons

in leven en in sterven,

in tijd en eeuwigheid. Amen.