Toespraak 4 mei 2013

Vertrokken maar nooit teruggekeerd.

Vertrokken om te strijden, gesneuveld in de diepte van de zee. Vertrokken maar nooit vergeten!

Excellentie, nabestaanden, oud- en actief dienend Onderzeedienst personeel, goede morgen en welkom op deze herdenkingsplechtigheid.

De Commandant der zeestrijdkrachten, Vice admiraal Borsboom, zal zich later tijdens deze ceremonie bij ons aansluiten maar is op dit moment nog aanwezig bij de herdenking van al het overig gevallen marine personeel bij het monument in het centrum van den Helder.

Ik realiseer me dat ik in herhaling begin te vervallen als ik zeg dat ik zeer verheugd ben dat de opkomst groter is dan vorig jaar. Alweer! Maar ik zeg het toch want de getale waarin u nu aanwezig bent is letterlijk ongekend.

Voordat ik verder ga wil ik eerst enkele Engelse woorden richten aan onze buitenlandse gasten.

Also a very warm welcome to the representative of the United Kingdom, LtCdr Raeburn. I am very happy that you are here today because 6 of the man who were killed on Dutch Submarines during WWII were actually British. Two of the seven boats that were lost run from Dundee with the support of the Royal Navy.

Your navy did not only give us all the technical and logistical support we needed, you also completed our crews with your submariners. We did fight together against the Nazis and we did perish together. Thank you very much for joining us today!

Colonel Edy Sulistyadi, I am very honored with your presence here today. You are representing the Indonesian people. We operated our submarines at the beginning of the war from your country. 5 out of the 7 lost boats left from Surabaja. On these boats were 31 crewmembers whose families live in Indonesia. Many of the relatives here present were born in Surabaja and have spent their childhood there. Thank you very much indeed for being with us today.

Colonel Sulistyadi and LtCdr Raeburn, I ask you kindly to allow me to continue in Dutch from here.

Hedenmorgen zijn Zr.Ms. Bruinvis en Zr. Ms. Mercuur weer teruggekomen van zee. Zr. Ms. schepen, het is even wennen na 123 jaar Hr.Ms. schepen. Sterker nog, onderzeeboten zijn nog nooit Zr. Ms. geweest.

Drie boten en de Mercuur voor de kade, één onderzeeboot op de werf. Ze gaan naar zee … en ze komen weer terug. Zo gaat het al jaren. Wij weten niet beter …….U wel! Wat voor ons vanzelfsprekend is, was nog niet zo heel lang geleden helemaal niet vanzelfsprekend. Sterker nog, toen namen de vrouwen met jonge kinderen op de kade afscheid van hun mannen. Moeders omhelsden nog een keer hun zoon, allen met angst in hun hart. Een angst die naderhand helaas maar al te terecht bleek. Daarna het alarmerende bericht van de marine over de vermissing van de boot en de jaren van onzekerheid. Het sprankje hoop dat er toch was en in de loop der tijd heel langzaam doofde.

Het feit dat na de oorlog Koningin Wilhelmina op de Waalhaven in Rotterdam het door onderzeebootmannen gemaakte monument onthulde gaf al aan dat de mannen die staan genoemd op ons monument iets heel bijzonders hebben gedaan.

De Koningin heeft dit in 1947 nog eens onderstreept met de uitreiking van de Militaire Willemsorde aan de Onderzeedienst. Maar wat ook heel bijzonder is en ook kenmerkend voor de groep, is dat het monument door de kameraden, de vrienden van de gesneuvelden, is gemaakt. Het geeft heel duidelijk de verwantschap aan die onderzeebootmannen hebben. En de kracht die uit zo een hechte gemeenschap voortkomt. Eerst was daar die enorme en veeleisende prestatie tijdens de oorlog en vervolgens het monument dat er kwam en dat nu al sinds wij ons kunnen heugen, een plek is waar nabestaanden, veteranen en reünisten maar zeker ook actief dienend onderzeebootpersoneel, jaarlijks bijeen komt om te herdenken. Wie had net na de oorlog kunnen bedenken dat er in 2013 300 mensen bij dit monument bijéén zouden komen om deze strijders te herdenken!

Het hernieuwde respect, dankbaarheid en interesse in hen die voor onze vrijheid in de tweede wereld oorlog zijn gesneuveld doet ons allemaal deugd. Het geeft ook aan dat de jongere generaties zich wel degelijk bewust zijn van wat er nog niet zo heel lang geleden is gebeurd. Dat deze generaties wel degelijk dankbaar zijn en zaken naar waarde kunnen schatten. Dit geeft hoop voor de toekomst. En wat mij betreft is die toekomst al een tijdje geleden begonnen. Als je ziet hoeveel mensen we al enthousiast hebben gekregen om naar de O13 te zoeken. Hoeveel mensen daar hun vrije tijd in stoppen, hoeveel bedrijven daar middelen of geld voor vrijmaken, het geeft aan dat er een wending is of eigenlijk kort geleden al heeft plaatsgevonden. Eind jaren tachtig werd de 4 mei ceremonie op de Onderzeedienst bezocht door een handje vol nabestaanden. En kijk nu eens om u heen.

Hoewel de vernieuwde interesse niet uitsluitend bij de Onderzeedienst is waar te nemen, is het voor de onderzeeboten wel heel duidelijk. En natuurlijk is er sprake van een zichzelf versterkend effect. De vondst van de K-XVI en de daarop volgende, groots bezochte, herdenkingsdienst, heeft Nederland opnieuw gewaar gemaakt van wat de Nederlandse boten hebben gedaan tijdens de oorlog. We hebben de pijlen op de laatste boot, de O13 gericht. Om zoektochten op te kunnen zetten is met veel partijen contact gezocht. Uiteindelijk heeft een productiemaatschappij besloten om een documentaire te maken over de bemanning en de nabestaanden van de laatst vermiste Nederlandse onderzeeboot en de zoektochten naar deze boot. Dit heeft weer heel veel nieuwe informatie opgeleverd en ook heel veel nabestaanden. Dit schudt natuurlijk de interesse nog eens extra op.

Helaas hebben de afgelopen twee zoektochten naar de O13 niets opgeleverd. Enerzijds konden we maar een klein gedeelte van het gebied onderzoeken en anderzijds is het gebied door de nieuwe informatie groter geworden. Groter omdat er meer scenario’s over wat er kan zijn gebeurd bekend zijn geworden. Dit maakt, zoals u begrijpt, het zoeken niet makkelijker.

Uiteraard geven wij het terugvinden van deze boot niet op maar we moeten ook realistisch zijn. In zekere zin is het te vergelijken met het zoeken naar een speld in een hooiberg en is er kans dat we hem niet vinden. Daarnaast komt de eerste generatie nabestaanden op een respectabele leeftijd en begint voor hen de tijd te dringen. Daarom hebben we besloten om op woensdag 3 juli een herdenkingsplechtigheid te organiseren voor de bemanning van de O13. Haar nabestaanden zijn immers de enigen die niet weten waar de laatste rustplaats van hun familielid is, sterker nog zij weten niet wat er met de O13 is gebeurd. Op 3 juli gaan we ter ere van deze bemanning, de eerste bemanning die in de tweede wereld oorlog op patrouille ging, op zee een krans leggen. We zullen dit doen met gepast ceremonieel. Ik zal binnenkort een uitnodiging hiervoor versturen aan de nabestaanden van de O13.

Zoals gezegd hebben de documentairemakers veel informatie boven water gekregen over de eerste oorlogsdagen van de O13. Dit zal allemaal verwerkt worden in de documentaire waar wij met zijn allen naar uitzien. Zij hebben echter ook een deel van deze informatie verwerkt in een prachtig boek over de O13. Dit boek is net gereed en zo meteen, na de ceremonie, dus na het leggen van de bloemen bij het monument, zal de Commandant Zeestrijdkrachten, Vice Admiraal Borsboom bij ons aansluiten en het eerste exemplaar aanbieden aan onze excellentie en medestrijder van onze gevallenen, de heer De Jong. U bent allen van harte welkom om dit moment bij te wonen alvorens wij afreizen naar de witte Raaf.

U ziet, er is nog een hoop activiteit rond onze boten uit de oorlog. Dagelijks zijn er nog veel mensen meer bezig en ook dit onderschrijft nog eens wat hun daden hebben betekend.

Terug naar toen. We waren in oorlog. Nederland maar ook het toenmalige Nederlands Indië, was bezet en de achtergebleven families, vaak jonge moeders met kinderen hadden het zwaar. Zwaar zoals iedereen het zwaar heeft tijdens de oorlog, maar daar bovenop nog eens het missen van hun man. En of dat nog niet genoeg was, het leven in spanning of hij terug zou keren of het leven in onzekerheid als de boot vermist was gemeld. Situaties die wij ons niet voor kunnen stellen. Ons leven is immers al ontregeld als de internetverbinding het niet doet. Heel het land is al in rep en roer als de tekst van een koningslied grammaticaal rammelt. Hoe welvarend moeten we dan wel niet zijn! Hoe zorgeloos moeten we dan wel niet dagelijks door het leven gaan. Hoe vrij moeten we ons dan wel niet voelen. Maar die welvaart, die zorgeloosheid en die vrijheid is niet als vanzelfsprekend gekomen. Daar hebben deze mannen met vele tijdgenoten voor gestreden. Nu juist daarvoor hebben zij zich opgeofferd. Nu juist daarvoor hebben de achtergebleven families zoveel gemis moeten verwerken. Opdat hun kinderen en kleinkinderen huppelend naar school kunnen gaan, kunnen spelen, sporten en een hoopvol leven kunnen opbouwen. Ik weet niet of de bemanningen dit zo voor ogen hebben gehad al die uren onder water. Ik weet niet of ze, toen hun boot naar de diepte zonk, wisten of hun daden zouden bijdragen aan het herwinnen van de vrijheid. Maar ik denk wel dat zij, als zij vandaag hun kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen hier bijeen bij het monument, kunnen zien, zij WETEN dat hun heldhaftige daden niet voor niets zijn geweest. Dat zij zien dat zij aan de basis hebben gestaan van een uniek lange periode van een oorlogsloos West Europa, met al lange tijd een zorgeloos, vrij en welvarend leven voor al drie generaties na hen. Het minste wat wij voor deze mannen kunnen doen is hen dankbaarheid tonen. Hen gedenken. Hen laten weten dat wij ze zeker nog niet vergeten zijn. En dat zijn we niet. Kijk maar om u heen. En dit zijn dan alleen nog maar de mensen die in de gelegenheid waren om hier vandaag te zijn. Wij kregen ook veel reacties van mensen die er heel graag bij waren geweest maar die om allerlei redenen helaas daar van moesten afzien. Een treffend voorbeeld hiervan wil ik graag met
u delen. Het komt uit een van de brieven uit het buitenland die wij mochten ontvangen na het versturen van de uitnodiging voor deze ceremonie.

I commend you and the staff of the Netherlands Submarine Service for the honoring of your fellow comrades. The Royal Netherlands Navy has such a rich heritage and history. I am coming to understand the special sacrifices and risks submariners take on a daily basis. I know my grandfather willingly made the greatest sacrifice of all serving Queen and country.

Een treffend voorbeeld dat, 68 jaar na het einde van de oorlog, de herinnering aan de helden van toen nog dagelijks aanwezig is. Hier in Nederland maar ook elders in de wereld. Vertrokken maar nooit teruggekeerd.

Vertrokken maar nooit vergeten!

Marc Elsensohn