Toespraak 4 mei 2014

Vertrokken maar nooit teruggekeerd.

Vertrokken om te strijden, gesneuveld in de diepte van de zee. Vertrokken maar nooit vergeten!

Excellentie, nabestaanden en andere betrokkenen, oud- en actief dienend Onderzeedienst personeel, mijnheer Salm van de Gemeente Den Helder, iedereen een goede morgen en welkom op deze herdenkingsplechtigheid.

Het doet mij plezier dat u in zo’n grote getale hier bent.
Voordat ik verder ga wil ik eerst enkele woorden in de Engelse taal richten aan onze buitenlandse gasten.
Also a very warm welcome to Chief Petty Officer Hallam from Great Brittain representing the Royal Navy and Captain Sulistyadi from Indonesia representing the Indonesian navy. Sirs, it is an honor to have you present. Please do allow me to continue in Dutch from here.

Meer dan 108 jaar onderzeeboten. Nu met vier boten en, één Mercuur. Ze gaan naar zee ….… en ze komen weer terug. Zo gaat het al jaren. Wij accepteren dat als normaal en weten niet beter ……. U weet dat wel!
Wat voor ons vanzelfsprekend is, was zo’n 70 geleden zeker niet vanzelfsprekend. Sterker nog, toen namen de vrouwen met jonge kinderen op de kade afscheid van hun mannen. Zij deden dat met angst in hun hart. Een angst die vaak helaas terecht bleek. Het alarmerende bericht van de marine over de vermissing van een boot en de jaren daarna van onzekerheid. Een sprankje hoop dat er toch nog was en in de loop van de jaren langzaam doofde.
We staan hier bij een bijzonder monument om bijzondere mensen te herdenken. Een monument dat door hun kameraden, de vrienden van de gesneuvelden, is gemaakt. Het geeft heel duidelijk de verwantschap aan die onderzeebootmannen hebben. En de kracht die uit zo ’n hechte gemeenschap voortkomt. Het monument is een plek waar men, nabestaanden, veteranen en reünisten, maar zeker ook actief dienend onderzeebootpersoneel, jaarlijks (zoals nu) bijeen komt om te herdenken.
Wie had net na de oorlog kunnen bedenken dat er in 2014, 200 mensen bij dit monument bijeen zouden komen. Het hernieuwde respect, de dankbaarheid en de interesse in hen die voor onze vrijheid in de tweede wereld oorlog zijn gesneuveld vind ik positief. Het geeft aan dat nieuwe generaties zich wel degelijk bewust zijn van wat er toen is gebeurd en dit ook willen herdenken. Dit geeft hoopvoor de toekomst.
Hoewel de hernieuwde interesse niet enkel bij de Onderzeedienst is waar te nemen, is het voor de onderzeeboten wel heel duidelijk. Een effect dat goed van pas komt nu onze pijlen op het vinden van de laatste boot, de O13, zijn gericht. Er gebeurt veel op dit vlak. Om zoektochten op te kunnen zetten is met veel partijen contact gezocht en staat een volgende tocht op stapel. Een productiemaatschappij heeft de documentaire afgerond die op 8 juni a.s. op televisie wordt uitgezonden. Helaas hebben de afgelopen twee zoektochten naar de O13 niet geleid tot de vondst. We konden maar een klein gedeelte van het gebied onderzoeken. Tevens is het zoekgebied door nieuwe informatie groter geworden. Dit maakt, zoals u begrijpt, het zoeken niet makkelijker. We blijven doorgaan.

Ook is er een ontwikkeling gaande die veel vragen oproept. Het is algemeen bekend dat er in Aziatische wateren regelmatig op wrakken van oorlogsschepen en onderzeeboten wordt gedoken. Nieuw was een bericht dat er mogelijk schepen in die regio actief zijn die scheepswrakken opdreggen om waarschijnlijk enkel puur economische redenen (het verkopen van het staal). Dit is een gevoelige kwestie waar op dit moment de Ministeries van Justitie en Buitenlandse Zaken zich samen met Defensie over buigen. In één geval is aan de betrokken regering om opheldering gevraagd. Nederland staat in deze discussie niet alleen. Ook Australië, Groot Brittannië en USA hebben daar eenheden verloren. Op dit moment is de uitkomst van de discussie nog niet helder. Frustrerend, maar ik verzeker u dat er op het hoogste niveau aandacht voor is.
Terug naar toen. We waren in oorlog. Nederland maar ook het toenmalige Nederlands Indië, was bezet en onze bemanningen en de achtergebleven families hadden het zwaar. De mannen die hier op het monument worden herdacht hebben voor de vrijheid gestreden. Zij hebben zich letterlijk opgeofferd. Dit is gelukkig niet voor niets geweest. Nu leven we al bijna 70 jaar in vrede en kunnen kinderen, in tegenstelling tot toen, huppelend naar school om te leren, te spelen en te sporten om uiteindelijk een waardevol leven in vrijheid op te kunnen bouwen.
Om te beseffen wat vrede en vrijheid betekenen moet je wel weten wat deze
woorden betekenen. Het beste is natuur lijk om vrede en vrijheid te ervaren. Dat is niet iedereen gegeven. Om dit duidelijk te maken zal ik een gedicht van Toon Tellegen voorlezen over de vrede.

De vrede

Kijk, daar gaat de vrede.
Iedereen springt op.
Waar? Daar! In die blauwe jas!
Ze drukken hun neus tegen het raam,
leunen op elkaars schouders.
Hij is heel klein.
Ze hebben hem nog nooit gezien.
Ze roepen: vrede! vrede!
Hij hoort hen niet, verdwijnt uit hun gezicht.
Ze voelen hun hart bonzen en gaan weer
naar binnen, grijpen elkaar beet en aarzelen.
Moeten ze elkaar doodslaan of moeten ze
elkaar kussen?
Wat moeten ze doen?
Jij mag het zeggen, fluisteren ze.
Nee, jij.
Nee, jij!
Jij!!

Ik weet niet of de mannen die hier op het monument worden herdacht, toen hun boot naar de diepte zonk, dachten in termen van vrede en het herwinnen van de vrijheid. Maar ik denk wel dat zij, als zij vandaag hun kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen hier bij het monument, zouden kunnen zien, de conclusie zouden trekken dat hun heldhaftige daden niet voor niets zijn geweest.

Het minste wat wij voor deze mannen kunnen doen is hen dankbaarheid tonen. Hen gedenken. Hen laten zien dat wij ze zeker nog niet vergeten zijn. En dat zijn we niet. Kijk maar om u heen.

KTZ H.L.J. Ammerlaan
Groepsoudste Onderzeedienst